In
elke paaswake vieren we ons doopsel. In dat sacrament, bij deze
godsontmoeting wordt het geloof uitgedrukt dat wij niet geboren
worden om te sterven. Wij zijn geboren om te leven, werd er toen
gezegd. God heeft ons daar heel teder aangeraakt, als vloeiend water
en ons leven gegeven om het niet meer los te laten. Daar, bij onze
doop begon ons geloofsverhaal en dat is geen saai, monotoon verhaal.
Integendeel het is een avontuur, een roman vol verwondering, van
zekerheid en twijfel, van verliefdheid en kwaadheid, van God-wel en
God-niet, van verdomme hier en alleluia daar, willen bidden en niet
kunnen bidden, vergeten te bidden en dan opeens weer intens gaan
bidden.
Een
leven vol geloof is er dikwijls ook één vol ongeloof.
Telkens
weer staan we voor de vraag: is Hij, Jezus Christus de bron van ons
geluk? Is Hij de vriend die voor ons instaat? Is Hij de herder die
ons verder brengt dan de dood? Dat bevestigen we in de hernieuwing
van onze doopbelooften. Dat is meer dan een formaliteit. In alle
eerlijkheid moeten wij dat antwoord zelf geven door het voor te
leven. En het helpt, dat antwoord ook te vinden in het leven van een
ander, een medemens die ook wil geloven
en
die prijsgeeft wat er diep in zijn of haar hart leeft.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten