donderdag 13 april 2017

Goede Vrijdagviering


Goede Vrijdag, de vrijdag vóór Pasen herdenkt de Kerk dat Jezus Christus werd gegeseld, aan het kruis genageld en stierf. Het is de droevigste dag van het kerkelijk jaar in het algemeen en van het Paastriduüm in het bijzonder. Dat is de periode die begint met de avondmis van Witte Donderdag en loopt over Goede Vrijdag, Stille Zaterdag tot en met de vespers van Paaszondag. In deze periode wordt het lijden, de dood en de verrijzenis van Christus herdacht. Toch spreekt de Kerk van ‘Goede' Vrijdag. Het woord ‘Goede’ herinnert er namelijk aan dat Jezus is gestorven om ons van onze zonden te verlossen. Er zijn veel overeenkomsten tussen het christelijke Pasen en het joodse Pesach. Op Goede Vrijdag wordt dit, net als op Witte Donderdag, goed duidelijk. Tijdens Pesach slachtten de joden een paaslam, om zich van dood en ellende te vrijwaren. Op Goede Vrijdag is Jezus voor de christenen het paaslam: Hij is het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt.

Op Goede Vrijdag 14 april om 15.00 u. is er in de parochiekerk een bijzondere liturgische viering, het tijdstip waarop Christus stierf. In de kerk is de godslamp gedoofd, ten teken van de afwezigheid van het Lichaam van Christus in het tabernakel. Het altaar is volledig kaal, dus ontdaan van kruis, kandelaren en iedere verdere aankleding. De liturgische kleur is rood: een verwijzing naar het lijden en het vergoten bloed van Christus. Lijden en dood van Jezus Christus worden er drievoudig ‘verbeeld’: in de dienst van het woord met een bezinning rond de zeven kuiswoorden, in de kruishulde en in het ontvangen van de hostie in een aansluitende communieviering. Daarbij worden hosties gebruikt die tijdens de avondmis van Witte Donderdag (Geluveld) speciaal voor de communie op Goede Vrijdag zijn geconsacreerd. Geen eucharistie dus, want de Kerk acht het niet passend om op die dag waarop zij het bloedig offer van Jezus herdenkt, dit onbloedig te hernieuwen in het misoffer.