“Tot
ziens hoor school! ’t Is tijd om je te danken voor mooie momenten
op de banken voor al die fijnen uren gesleten tussen uw muren.
We hebben veel geleerdheid opgestoken, gelezen en gerekend. Af
en toe gezongen en getekend. Nu en dan eens hartelijk gelachen en
stiekem… wat gefluisterd of naar een babbelaar geluisterd. Maar nu…
mijn school, is alles afgelopen, je poorten staan wijd open… Wij
trekken elders heen en laten je moederziel alleen. Wij zien je
twee maanden lekker niet. Voor jou is ’t ook vakantie niet? We
hopen dat je… net als wij… er heerlijk van geniet! Dag school,
dag bank, dak boekentas. Tot in september pas,”
aldus
meester
Mario
tot de leerlingen van de
Biesweide
als slot van de einde-schooljaarviering in de kerk. Op vakantie gaan
… vrij zijn van ... huiswerk, van de school ... van werk … Maar
ook: vrij zijn voor ... een helpende hand … voor de ander… Wij
gaan zon (en regen) tegemoet, het water en de bossen, de bergen en
het strand. Maar vergeten we niet, niets
kan zonder Hem, de goede God die Zijn zegenende hand boven die
schepping houdt, waarvan
wij zoveel houden.

