Het latijnse 'reliquia',
vertaald als overblijfsel, slaat in dit geval op delen van een
lichaam (bv. Ex ossibus = van het gebeente), kledingsstukken of
persoonlijke gebruiksvoorwerpen, die toebehoorden aan of werden
geassocieerd met een heilige of martelaar en die werden bewaard en
vereerd. Soms volstaat het om als relikwie erkend te worden wanneer
het deeltje (particulum) aan het lichaam van de heilige werd
aangeraakt of meegebracht van op de begraafplaats van de heilige (bv.
een rozenblaadje vanop het graf van de heilige Theresia van Lisieux).
Aan de verering van een reliek wordt een bijzondere kracht
toegeschreven.
Deze relikwieën worden
gewoonlijk door kloosterzusters vakkundig verpakt en voorzien van een
opschrift. Ze wordt in een koperen doosje met een rond glazen deksel
(theca) bewaard en afgesloten met een lakzegel waarin de stempel van
de toenmalige bisschop wordt gedrukt. Dit bevestigt de authenticiteit
van de relikwie die vergezeld wordt van een akte van toekenning
(reliekbrief- echtheidscertificaat) met een tekst over de herkomst en
de echtheid van de reliek. Deze akte wordt ondertekend door een
hooggeplaatste geestelijk nl. de vicaris-generaal of de bisschop.
Relikwieën
worden dan tentoongesteld in een zilveren omhulsel (phylacterium of
reliekzeinsel) die vaak versierd werd met een afbeelding
reliekbuste) van de heilige of andere ornamenten zoals bv.
engelenkopjes, opgekrulde randen of akantusbladeren. Zo herkent men
ook de stijlperiode waarin het zilverwerk ontstond. In dit zilveren
omhulsel zit een cirkelvormige koperen doosje met glazen deksel
waarin de relikwie wordt opgeborgen. Het doosje wordt dan met een
deksel, waaraan meestal een handvat aan vast zit, afgesloten. Deze
kostbare reliekschrijnen, kunnen ter verering worden uitgestald of
voor aanraking met hand of mond worden aangeboden door een
geestelijke.
SINT MARTINUS