Voor
de krokusvakantie vierden we samen carnaval. We zetten een masker op
en we hebben gedanst. Eigenlijk spelen we een gans jaar door
carnaval. We laten zelden zien wie we echt zijn. We spelen vele
rollen, zeg maar comedie en vluchten vaak gemakshalve achter ons
masker van schone schijn. Dan zien de mensen niet of we onzeker of
bedroefd zijn. Het werkt niet bevrijdend en we worden er niet
gelukkig van.
Ons
masker afleggen houdt heel wat in. Het betekent op de eerste plaats
dat wij ons ware gezicht durven tonen. De Veertigdagentijd houdt in
dat we alvast beginnen aan de voorbereiding van dit grappige maar
eerlijke gezicht. Want zo zien de leerlingen van het derde en vierde
leerjaar van De Biesweide het. (Foto). Mijn ogen mogen wel wat groter
worden om beter te kijken naar mensen rondom mij. Zo zie ik dan waar
ik een handje kan toesteken en ... of iemand blij of droevig is. Mijn
oren mogen ook wat groter worden voor anderen, zo kan ik beter naar
hen luisteren. Mijn neus mag mee helpen snuffelen naar al die
heerlijke dingen rondom mij. Mijn mond mag een beetje kleiner worden,
behalve wanneer ik goede dingen van iemand zeg of … wanneer ik eens
hartelijk lach. Of er toekomstige succesvolle plastische chirurgen
onder onze leerlingen schuilen is nog maar de vraag. Maar een eerlijk
gezicht straalt ware schoonheid uit.

