Voor
de krokusvakantie vierden we samen carnaval. We zetten een masker op
en we hebben gedanst. Eigenlijk spelen we een gans jaar door
carnaval. We laten zelden zien wie we echt zijn. We spelen vele
rollen, zeg maar comedie en vluchten vaak gemakshalve achter ons
masker van schone schijn. Dan zien de mensen niet of we onzeker of
bedroefd zijn. Maar het geeft allesbehalve een goed gevoel. Het werkt
niet bevrijdend. Mijn masker afleggen is leren ontdekken wie ik zelf
ben, is mezelf aanvaarden met mijn goede kanten, maar ook met mijn
minder goede!
Omdat
ze het echt wel menen, omdat ze hun masker werkelijk willen afzetten,
omdat ze een einde willen maken aan hun vervelende gewoonten, omdat
ze er spijt over hebben, schreven de
leerlingen van de
derde en de vierde klas van De Biesweide
op
de verzoeningsviering
van
dinsdag 7 maart het
van zich af op een onschuldig papiertje. Al wat niet deugd gaat zo in
vele proppen in een vuurschaal! We leggen er symbolisch ook nog wat
verdorde palmtakjes bij omdat we blijven geloven in het goede.
'Groen' is trouwens de kleur van de hoop, van een nieuwe lente, nieuw
leven.
Het
askruisje op ons voorhoofd tekent ons ‘ware’ gezicht. En als we
nu naar school terug gaan, merken we dat we er helemaal niet proper
uit zien. We hebben ons voorhoofd vuil gemaakt, we hebben ons een
beetje vies gemaakt. En eigenlijk doen we dat telkens als we iets
mispeuteren. We moeten er nadien voor zorgen dat al het stof en de
as van ons afgeschud raakt. Het stof van de onvriendelijkheid, de
jaloersheid, van het ruziemaken, ... de as van onze
onverschilligheid, het niet willen bidden, van de luiheid, van de
oneerlijkheid ... zodat we op Pasen tevoorschijn komen als frisse,
schoon gewassen kinderen van God.

