
Zondag 3 november voltrok zich onder ruime belangstelling te Beselare de jaarlijkse Sint-Hubertusviering. Na een gesmaakte viering en wijding van het Sint-Hubertusbrood mengden Priester Paul Dejonghe en diaken Lode Caes zich met verhoogde hartslag tussen het paardenvolk. Paarden, ruiters, honden en jachtvogels konden niet ontkomen aan de heftige wijwatervlaag van de kwispelaars-van-dienst. Maar ook die-van-hierboven liet zich niet onbetuigd en deed er nog een flinke geut bovenop. Vele tientallen paarden van de meest diverse origine en de talrijke koetsen passeerden de revue. Van heinde en ver waren ze opnieuw naar Beselare afgezakt voor een dag vertier, animatie en bezinning.
Dit feest voor ruiters en menners was aan z'n 30ste editie toe. Een tiental jaren staan Michel en Sonja Forrest-Vlaminck, Andy Serroen en Katrien Verbeerst en Christophe en Isabelle Gesquière- Dewulf van de Sint-Hubertusvrienden in voor de organisatie. De oorsprong van het feest in Beselare gaat terug tot 1984.
Apostel van de Ardennen
Deze traditie zelf verwijst naar de heilige Hubertus. Hij werd geboren uit een vooraanstaand adellijk geslacht en huwde op jonge leeftijd. Zijn vrouw stierf kort na hun huwelijk bij de geboorte van hun eerste kind. Omdat hij met dit verlies niet overweg kon, trok Hubertus zich steeds vaker in het bos terug en zocht in de jacht naar vergetelheid. Op een dag zag hij er een hert met tussen het gewei een oplichtend kruis. Dit was voor Hubertus een teken dat hij zijn verder leven geheel aan God moest geven. Een tijd later ontving hij de priesterwijding en werkte vervolgens in Brabant en de Ardennen. Hiervoor kreeg hij de naam 'Apostel van de Ardennen'. Hij was in het begin van de 8ste eeuw bisschop in Maastricht. Hij vestigde zich in Luik en maakte deze stad tot bisschopszetel. Hubertus stierf op 30 mei 727 in Tervuren bij Brussel. In het jaar 825 werden de relieken van Hubertus overgebracht naar het klooster Andage (Saint Hubert).
De legende
Het gewei, het hert en het kruis in het gewei zijn drie symbolen in de legende van Sint Hubertus. Net als de legende zelf om wat van te leren, niet om ze voor waar aan te nemen.
Het gewei verbonden aan het Hubertuskruis, is met zekerheid van voor-christelijke oorsprong. De Keltische god Cernunnos droeg een hertengewei. Het gewei was bij de Kelten een symbool voor de wedergeboorte. Het gewei valt immers af en groeit weer aan. Zo een overname van heidense symbolen komen we vaker tegen in de nevelige overgang van heidendom naar christendom. Tot in de achtste eeuw was het een (heidense) gewoonte om hertshoornen grafgiften mee te geven aan overledenen. Ook weer als symbool van de wedergeboorte. Daarna werd dat verboden door de RK-kerk. Over het gewei is ook nog iets wonderlijks te melden. En dat is dat op Goede Vrijdag (Pasen is sinds 325 - toen zo vastgelegd op het Concilie van Nicea – op de eerste zondag na de volle maan na het begin van de lente op 21 maart) herten over het algemeen hun geweistangen hebben afgeworpen, dus geen gewei dragen. Toch een echt wonder?
Het hert is net als het lam en de pelikaan of de adelaar een verbeelding van Christus die in die gedaanten als goddelijke boodschapper optreedt. De oplettende lezer van Hubertus-literatuur en de bijbehorende plaatjes zal zien dat het hert meestal een '10-ender' is. Een hert dus met een gewei met 10 punten. Een verwijzing naar de 10 geboden.
Het stralende kruis tussen de heidense gewei-
Het stralende kruis tussen de heidense gewei-
takken symboliseert ook de overwinning van het christendom op het heidendom.
Het verhaal van het lichtgevend hert komt uit Sri Lanka en ook andere heiligen ontmoetten een hert dat of licht gaf of een lichtend kruis tussen de geweitakken had, zoals Sint Eustachius, Meinolfus en Ida von Toggenburg. Het motief van de Hubertuslegende ligt nog ver voor de voorchristelijke tijd en komt voort uithet boeddhisme. Op Ceylon (Sri Lanka) bestaat een verhaal dat zich rond 270 voor Christus afspeelt. De koning Devanampiya Tissa ziet bij de jacht een hert met een als met edelstenen bezet opvlammend zilveren gewei, waarna hij zich bekeert tot het boeddhisme. Dit motief met het hert en het licht is uit Ceylon via India en Mesopotamië (het huidige Irak) naar Griekenland, Italië en naar West-Europa gekomen.
Het verhaal van het lichtgevend hert komt uit Sri Lanka en ook andere heiligen ontmoetten een hert dat of licht gaf of een lichtend kruis tussen de geweitakken had, zoals Sint Eustachius, Meinolfus en Ida von Toggenburg. Het motief van de Hubertuslegende ligt nog ver voor de voorchristelijke tijd en komt voort uithet boeddhisme. Op Ceylon (Sri Lanka) bestaat een verhaal dat zich rond 270 voor Christus afspeelt. De koning Devanampiya Tissa ziet bij de jacht een hert met een als met edelstenen bezet opvlammend zilveren gewei, waarna hij zich bekeert tot het boeddhisme. Dit motief met het hert en het licht is uit Ceylon via India en Mesopotamië (het huidige Irak) naar Griekenland, Italië en naar West-Europa gekomen.
Sint-Hubertusbrood
Het naamfeest van Sint-Hubertus valt op 3 november en hij is patroonheilige van de jagers geworden. Omdat hij ooit een man van hondsdolheid genas, wordt hij speciaal aangeroepen tegen deze ziekte. Daartoe wordt nog altijd het zogenaamde Sint-Hubertusbrood gezegend. Sint Hubertus is verder de patroon van het Bisdom Luik, jagers, schutters, slagers, metaalarbeider, opticiens, metaalgieters, klokkengieters, makers van mathematische apparaten, wiskundigen, en jachthonden. Hij wordt aanroepen tegen hondenbeten, slangenbeten, hondsdolheid en watervrees. Samen met Antonius, Quirinus en Cornelius is hij een van de vier heilige maarschalken. Dat zijn bijzondere voorsprekers bij God.
Jägermeister
Het logo van de overbekende kruidenlikeur Jägermeister is gebaseerd op de legende van
Sint-Hubertus. Het toont de kop van een hert, met een verlicht kruis tussen de takken van
Het gewei. Op het etiket lezen we een gedicht van Otto von Riesenthal:
Vertaald in het Nederlands luidt dit gedicht:
Dit is het ereschild van de jager
het beschermt en voedt zijn wild
zodat hij jaagt zoals het behoort
en hij de Schepper in het schepsel eert.

