woensdag 2 januari 2013

Drie koningen in de kerststal



Het zal per kerk en huis verschillen of de drie Wijzen/Koningen uit het Oosten al direct vanaf Kerstmis bij de kribbe worden geplaatst of dat zij pas met het Hoogfeest van de Openbaring des Heren ofwel ‘Driekoningen’ arriveren. Een en ander is ook afhankelijk van de beschikbare ruimte in en rond de kerststal. Aanvankelijk werden de Wijzen voorgesteld als Perzen met een muts (de vorm daarvan lijkt veel op die van de Smurfen). Vanaf de 8 ste
eeuw worden zij Caspar, Balthazar en Melchior genoemd. In de loop der tijd verandert het uiterlijk van de Wijzen in dat van Koningen.
Psalm 72 is hierop van grote invloed geweest:
“De vorsten van Tarsis, het kustland, zij komen geschenken Hem brengen,
de koningen van Sjeba en Seba, zij dragen hun schatting Hem aan:
alle heersers brengen Hem hulde, alle volken zijn Hem onderhorig”
(Ps. 72, 10-11).
Er was, zoals gezegd, aanvankelijk nog geen onderscheid in leeftijd, houding en huidskleur, maar dat verandert in de Middeleeuwen: Melchior wordt een witte grijsaard en knielt meestal. Hij staat door zijn witte huidskleur symbool voor het werelddeel Europa. Hij wordt het dichtst bij het Kind afgebeeld. Vervolgens de Wijze/Koning van middelbare leeftijd: Balthazar. Hij wordt nogal eens met een bruine huidskleur afgebeeld; hij staat symbool voor het werelddeel Azië. En de jongste, Caspar, heeft een zwarte huidskleur, uiteraard vanwege Afrika. Doordat de drie Wijzen/Koningen verschillen van houding, huidskleur en leeftijd worden alle volkeren gesymboliseerd. Na het Joodse volk (gesymboliseerd door de herders) komen de andere volkeren af op het Licht dat Christus is. De voorstellingen laten altijd drie Wijzen/Koningen zien. Matteüs - de enige evangelist die ons vertelt over hun bezoek aan het Kind (hoofdstuk 2) - schrijft echter niet over het aantal Wijzen. Hij heeft het over de drie soorten geschenken die zij meebrachten: goud, wierook en mirre. Dit is al vroeg als volgt verstaan: het goud staat voor het koningschap van Christus, de wierook voor Christus als God en de mirre (die werd gebruikt voor een begrafenis) voor Christus als mens.
Vanuit de gedachte in de Middeleeuwen dat de drie Wijzen/Koningen álle volkeren
symboliseren (Europa, Azië en Afrika), had er bij wijze van spreken na de ontdekking van Amerika in 1492 nog een Indiaan en later nog een Aboriginal bij de kerststal als Wijze/Koning geplaatst kunnen worden. Evenals de herders verdient het aanbeveling om de Wijzen/Koningen - al of niet met hun kameel en kameeldrijver - bij elkaar te plaatsen, en wel zo dat de volgorde van de leeftijden wordt aangehouden: het eerst (het dichtst bij het Kind) de ouderdom, vervolgens de middelbare en ten slotte de jeugdige leeftijd.